Indicaties
Behandeling van varroase (Varroa destructor) bij de honingbij. (KB 7 maart 2007 en MB 10 augustus 2007). Farmacodynamie
Thymol is een fenol van nature aanwezig in de etherische oliefractie van vele plantensoorten. Door verdamping van de plaatjes wordt de lucht in de kast verzadigd met thymol. Een concentratie van meer dan 5 microgram thymol per liter lucht in het bijenvolk doodt de mijten op de honingbijen. Het exacte werkingsmechanisme is niet bekend. Farmacokinetiek
De farmacokinetiek van thymol in bijen is onbekend. In de bijenkast sublimeert thymol uit het plaatje gedurende een periode van 21 - 28 dagen. De juiste verdamping van thymol vindt plaats bij temperaturen tussen 15 en 30 °C. Na het verwijderen van de plaatjes verdwijnt thymol geleidelijk uit de kast. Residuen in de was van de raten verdampen snel. Contra-indicaties
Niet behandelen wanneer de maximale dagtemperatuur hoger is dan 30 °C, dit zou leiden tot een toename van de stress en sterfte bij de volwassen bijen en het broed. Behandelingen bij temperaturen onder de 15 °C kan leiden tot onvoldoende werking. Dien het middel niet toe tijdens het honing (nectar) verzamelen door de bijen. Slinger geen ramen in het voorjaar die in het najaar behandeld zijn geweest. Er wordt aangeraden om niet vaker dan twee maal per jaar te behandelen. Bijwerkingen
Bijen kunnen de suiker- of honingvoorraad direct gelegen onder het plaatje weghalen. Broed dat te dicht onder de plaatjes zit zal ook verwijderd worden. Een verminderde opname van voedsel kan optreden indien het voederen gelijktijdig met de behandeling plaatsvindt. Agitatie van het volk en een minimale toename in de mortaliteit van het bijenbroed en van volwassen bijen kan voorkomen wanneer hogere temperaturen tijdens de behandeling optreden (> 30 °C). Hogere sterfte (> 20 bijen voor de vliegopening) duidt op overdosering. Voorzorgen bij het gebruik
Indien de plaatjes aangebracht worden vlak voor of tijdens de honingoogst, kunnen de residuen in de honing toenemen. Alle bijenvolken op dezelfde bijenstand moeten op hetzelfde ogenblik behandeld worden. Geintegreerde plaagbestrijding
De werking kan variëren tussen de volken vanwege externe omstandigheden (temperatuur, herbesmetting etc.). Daarom dient de onderstaande specialiteit toegepast te worden in een geïntegreerd bestrijdingsprogramma, waarbij tellingen van de mijtenval regelmatig dienen plaats te vinden. Volken met een gemiddelde mijtval van meer dan 1 mijt per dag, 2 weken nadat de laatste behandeling is gegeven, dienen een extra winter- of voorjaarsbehandeling met een andere actieve stof te ondergaan tegen Varroamijten.