Oxytocine
Specialiteiten met:
Oxytocine
Indicaties
Oxytocine kan voor die indicaties worden gebruikt waarbij weeën dienen te worden opgewekt of waarbij de melkejectie moet worden verzekerd.
Paard, Rund, Varken, Kleine herkauwers, Carnivoren
Paard
- Partusinductie. Eén injectie oxytocine volstaat om de partus te induceren, mits het veulen voldragen is. De partus volgt 1 à 2 uur na de injectie.
- De behandeling van retentio secundinarum (ret. sec.). Blijft de nageboorte langer dan 2 uur op dan is behandeling met oxytocine aangewezen. Oxytocine kan worden toegediend per injectie of per i.v. infuus. De laatste methode heeft de voorkeur omdat de resultaten beter zijn. Is één behandeling onvoldoende dan kan na één uur een tweede en indien nodig één uur later een derde behandeling worden gegeven. Bij het paard kan het toedienen van oxytocine via een bolusinjectie koliek veroorzaken.
- De behandeling van een endometritis chronica of van een endometritis die door een dekking of inseminatie is veroorzaakt. Bij dergelijke endometritiden bevindt er zich een bepaalde hoeveelheid vloeistof of pus in de uterus. Is deze hoeveelheid betrekkelijk groot dan dient de uterus te worden uitgespoeld en dient de betreffende merrie 3 tot 5 maal per dag gedurende 2 à 4 dagen met oxytocine intramusculair te worden ingespoten. Is de vloeistofhoeveelheid gering dan volstaat een behandeling met oxytocine tweemaal daags gedurende 1 à 3 dagen.
Rund:
- Zwakke weeën. Deze toestand treedt bij het rund vrijwel nooit op, behoudens bij kalfzieke en bij bepaalde ernstige ziektetoestanden zoals een hernia ventralis, hydrallantois en algemeen ernstig ziek-zijn. Indien kalfziekte met het geëigende product wordt behandeld is een aanvullende behandeling met oxytocine niet nodig.
- Een sectio caesarea waarbij een tocolyticum is gebruikt. Na de keizersnede is een oxytocine-injectie geïndiceerd omdat door het tocolyticum de uterus te lang atonisch blijft.
- Ziektetoestanden van de uterus post partum. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als intra-uteriene bloedingen, een gereponeerde uterus na een inversio en prolaps van de uterus en als nabehandeling bij gecompliceerde verlossingen zoals een foetotomie. In deze gevallen kan met oxytocine de involutio uteri worden bevorderd.
- Mastitis. Indien er bij een acute mastitis geen melkejectie plaatsvindt, is een behandeling met oxytocine op zijn plaats om de uier goed te kunnen leeg melken.
- Het niet laten schieten van de melk. Het niet laten schieten van de melk kan verscheidene oorzaken hebben zoals angst en pijn. Wordt oxytocine vlak voor het melken toegediend dan treedt onmiddellijk melkejectie op. Bij sommige runderen zijn enkele behandelingen voldoende; bij andere dieren moet oxytocine soms gedurende maanden voor elke melkbeurt worden gegeven.
Varken:
- Weeënzwakte: vooral bij oudere zeugen kan uterusatonie optreden. Een oxytocine-injectie resulteert in weeën waarmee de (laatste) biggen en de nageboorten worden uitgedreven.
- Het mastitis-metritis-agalactie (MMA) syndroom. Deze aandoening vindt meestal zijn oorsprong in een mastitis. Nevenverschijnselen zijn agalactie en metritis. De therapie bestaat uit antibiotica en oxytocine, eventueel aangevuld met corticosteroïden.
Kleine Herkauwers:
Bij kleine herkauwers kan oxytocine voor dezelfde indicaties worden aangewend als bij het rund.
Carnivoren:
De indicaties bij deze diersoorten zijn ongeveer dezelfde als bij de grote huisdieren. Primaire of secundaire uterusinertie, ondersteunende behandeling voor een subinvolutio uteri, bloedingen post partum, enz. Het gebruik van oxytocine bij dystocie kan leiden tot uterusruptuur. De gevoeligheid van de uterus voor oxytocine blijft ten hoogste gehandhaafd tot 48 à 72 h post partum. Men dient steeds lage dosissen van oxytocine toe te dienen om atonie, te wijten aan een desensibilisatie van de receptoren, te vermijden.
Farmacodynamie
Oxytocine wordt gesynthetiseerd ter hoogte van de hypothalamus en opgeslagen in de neurohypofyse. Onder invloed van oxytocine verhoogt de contractiliteit van de uterusmusculatuur wanneer die voorafgaandelijk gesensibiliseerd werd door oestrogenen. De invloed van oxytocine op de myoepitheliale cellen van de melkklier veroorzaakt melkejectie zonder dat de productie zelf wordt beïnvloed.
Farmacokinetiek
Het effect heeft plaats ofwel onmiddellijk bij intraveneuse toediening ofwel 2 tot 3 minuten na een intramusculaire toediening. Oxytocine wordt snel gemetaboliseerd in de lever en nieren. Slechts een klein gehalte van het oxytocine wordt ongewijzigd via de nier uitgescheiden.
Contra-indicaties
Dystocia t.w.a. abnormale ligging van de foetus, onvoldoende ontsluiting van de cervix of te grote vrucht.
Bijwerkingen
Bij een overdosering of wanneer het dosisinterval niet werd gerespecteerd bij multipele injecties, kunnen overmatige uteruscontracties optreden. Ze kunnen worden tegengegaan door beta-2-adrenerge stoffen. Een secundaire atonie kan eveneens optreden. Hypertensie en het verslechteren van een cardiale insufficiëntie werden eveneens beschreven.
Interacties
Gelijktijdig gebruik met sympaticomimmetica kan leiden tot hypertensie.
Voorzorgen bij het gebruik
Bij gebruik prepartum moet nagegaan worden dat de cervixrelaxatie volledig is en dat de ligging van de foetus normaal is. Hypocalcemie of hypoglycemie dienen te worden gecorrigeerd vooraleer oxytocine wordt toegediend.
Dracht en lactatie
Bij gebruik van oxytocine binnen de opgesomde indicaties zullen foetale afwijkingen niet voorkomen. Oxytocine wordt in kleine hoeveelheden in de melk uitgescheiden, doch men vermoedt dat dit geen invloed heeft op het zogende dier
Oxytocine
- LACTIPART 10 (Codifar)
- oxytocine: 10 IE/ml
- oplossing voor injectie im, iv
- Posologie:
- Eq:
uterusatonie: 10 - 20 IE (iv) interval 20 min uterusprolaps: 20 – 50 IE (im) ret sec: 20 IE (im) interval 1 h - Bo: uterusatonie: 30 IE (im) ret sec: 30 IE (im), eventueel herhalen na 2 - 4 h evacuatie resid melk: 10 IE (iv), 20 IE (im) - Su: uterusatonie: 10 IE (im) MMA-syndr: 5 IE (iv), 20 IE (im) - Ov, Capr: uterusatonie: 10 IE (im) evacuatie resid melk: 10 IE (im) Ca: uterusatonie: 0,5 - 1 IE (iv, im) (max 10 IE/dier) - Fe: uterusatonie: 0,5 - 5 IE (im) - Vlees: 0 d, Melk: 0 d
- fles 50 ml, 100 ml
- R/
- LONGACTON (VetCom-pharma) - Bijsluiter via HMA -
- carbetocine: 0,07 mg/ml
- oplossing voor injectie im, iv
- Posologie:
- Bo: 0,21 - 0,35 mg/dier
Su: 0,105 - 0,21 mg/dier Verkorten partusduur Su: 0,07 mg/dier - Vlees: Bo, Su: 0 d, Melk: Bo: 0 d
- fles 1 x 50 ml
- R/
- OXYTOCINE 10 UI/ml (VMD)
- oxytocine: 10 IE/ml
- oplossing voor injectie iv, im
- Posologie:
- Eq: 10 - 20 IE
Bo: 30 - 60 IE Su: 20 - 40 IE Ov, Capr: 10 - 15 IE Ca: 5 - 10 IE Fe: 3 - 5 IE - Vlees: 0 d Melk: 0 d
- fles 50 ml, 100 ml
- R/
- OXYTOCINE KELA 10 IE (Kela Laboratoria)
- oxytocine: 10 IE/ml
- oplossing voor injectie sc (Ca, Fe), iv, im (Eq, Bo, Su, Ov, Capr, Ca, Fe)
- Posologie:
- naargelang de indic en toedieningswijze:
Eq: 10 - 50 IE/500 kg Bo: 30 - 60 IE/500 kg Ov, Capr: 10 IE/50 kg Su: 10 - 20 IE/200 kg Ca, Fe: 0,5 - 1 IE/kg - Vlees: 0 d, Melk: 0 d
- fles 50 ml, 100 ml
- R/
- OXYTOCINE SYNTH 10 UI (Eurovet)
- synth. oxytocine: 10 IE/ml
- oplossing voor injectie im, iv (Eq, Bo, Su, Ov, Capr, Ca, Fe), sc (Ca, Fe), intramuraal (Bo)
- Posologie:
- Eq: 30 - 100 IE
Bo: naargelang indic: 20 - 100 IE Su: 10 - 30 IE Ov, Capr: 5 - 50 IE Ca, Fe: 0,1 - 10 IE - Wachttijden: 0 d
- fles 50 ml
- R/
- OXYTOCINE SYNTH 10 UI/ml (Prodivet)
- synth. oxytocine: 10 IE/ml
- oplossing voor injectie iv (langzaam), im
- Posologie:
- Eq: 10 - 20 IE
Bo: 30 - 60 IE Su: 20 - 40 IE Ov, Capr: 10 - 15 IE Ca: 5 - 10 IE Fe: 3 - 5 IE - Wachttijden: 0 d
- fles 50 ml, 100 ml
- R/
|