Indicaties
Als hulpmiddel (naast dieetaanpassing en toename lichaamsbeweging) bij de behandeling van overgewicht en zwaarlijvigheid bij volwassen honden volgens een vooropgesteld behandelingsschema. Farmacodynamie
Mitratapide en dirlotapide remmen het microsomiale triglyceride transferproteïne (MTP). Dit enzym speelt een sleutelrol in de absorptie van de lipiden ter hoogte van de dunne darm. Dit resulteert in een verminderde opname van vetten, dosisafhankelijke verminderingen in serumcholesterol en –triglyceriden en een toename van druppels in de enterocyten. Deze effecten zouden verband houden met de remming van MTP ter hoogte van de enterocyten. De accumulatie van triglyceriden in de enterocyten zou via een negatieve feedback de eetlust remmen. Mitratapide en dirlotapide hebben geen centrale werking. Farmacokinetiek
Na orale toediening is de absorptie snel. De biologische beschikbaarheid na orale toediening bedraagt voor mitratapide 55 tot 69 % en voor dirlotapide 24 tot 41 % wanneer het geneesmiddel met het voeder wordt toegediend of 22 % wanneer het geneesmiddel aan vastende dieren wordt toegediend. Mitratapide wordt in de lever bijna volledig gemetaboliseerd in drie actieve metabolieten. Deze binden zich zoals mitratapide en dirlotapide in hoge mate aan plasma-eiwitten. Concentraties van mitratapide zijn het hoogst ter hoogte van de bijnieren, lever, jejunum, en nieren. Mitratapide werd niet aangetroffen ter hoogte van de hersenen. De werking is maximaal wanneer mitratapide samen met voedsel wordt toegediend. De excretie van zowel mitratapide als van dirlotapide gebeurt voornamelijk via de faeces. Contra-indicaties
Leverfunctiestoornissen, overgevoeligheid voor stoffen aanwezig in het product, dracht en lactatie, jonge, opgroeiende honden, gebruik bij honden waarbij het overgewicht veroorzaakt wordt door een systemische aandoening zoals bijvoorbeeld hypothyroïdie en Cushingsyndroom zijn contra-indicaties. Toediening aan katten is tegenaangewezen daar deze dieren snel een hepatische lipidose ontwikkelen met fatale afloop. Bijwerkingen
Braken, diarree of dunne ontlasting kunnen voorkomen maar zijn meestal voorbijgaand. Bij ernstigere of aanhoudende bijwerkingen dient de behandeling te worden onderbroken. Wijzigingen in bloedanalyseresultaten (dalingen in het serum van albumine, globuline, totaal proteïne, calcium en alkaline fosfatase, verhogingen van ALT en AST en occasioneel hyperkaliëmie) werden eveneens vastgesteld. Deze waarden normaliseerden binnen de twee weken na het stopzetten van de behandeling. Interacties
Interacties tussen mitratapide en NSAID’s of ACE-remmers werden niet vastgesteld. Andere interacties met mitratapide werden niet onderzocht. Interacties van dirlotapide met andere geneesmiddelen werden niet onderzocht. Voortplanting en lactatie
Het gebruik bij honden die ingezet worden als fokdieren werd niet onderzocht. Het gebruik bij dracht en lactatie is een contra-indicatie.
Ca: aanvangsdosis: 1 x 0,05 mg/kg pd Na 2 w dosis: 0,10 mg/kg pd Nadien dosis maandelijks aanpassen (zie SPK) max behandelingsduur: 12 m max dosis: 1 mg/kg