Indicaties
Behandeling van insuline-afhankelijke diabetes mellitus bij de hond en de kat. Farmacodynamie
Insuline is ondermeer verantwoordelijk voor de opname en het gebruik van glucose door de cel en de stimulatie van het koolhydraatmetabolisme. Farmacokinetiek
Als polypeptide hormoon is insuline alleen werkzaam langs parenterale weg (sc of im). Het enig beschikbaar diergeneeskundig preparaat op de Belgische markt bevat gezuiverd varkensinsuline (structureel identiek met hondeninsuline); het bevat 40 IE/ml deels onder amorfe, deels onder kristallijne vorm (verlengde werkingstijd). De totale werkingsduur bedraagt 14 tot 24 uur (eerste plasmapiek na ongeveer 4 uur; tweede na ongeveer 12 uur). De dosering is afhankelijk van de graad van glucosurie en moet individueel worden aangepast (aanvangsdosis en onderhoudsdosis; zie wetenschappelijke bijsluiter). Bijwerkingen
Hypoglycemie t.w.a. overdosering. Overgevoeligheidsreacties komen zeer zelden voor bij gebruik van varkensinsuline. Interacties
Geneesmiddelen die de hypoglycemische werking van insuline versterken zijn: ACE-inhibitoren (bv. enalapril), anabole steroïden, beta-blokkers (vb. propranalol), phenylbutazon, sulfonamiden, tetracyclines, monoaminoöxidaseremmers, guanethidine, aspirine en andere salicylaten. Geneesmiddelen die de hypoglycemische werking van insuline afremmen: dextrothyroxine, diltiazem (hypotensivum), dobutamine, epinefrine, oestrogeen-progesteroncombinaties, furosemide, glucocorticoïden, fenothhiazinederivaten en thiazidediurectica. Voorzorgen bij het gebruik
Insuline kan een invloed hebben op het kaliumgehalte in het serum; gelijktijdige behandeling met hartglycosiden moet nauwkeurig opgevolgd worden. Vooral wanneer ook diurectica verstrekt worden. Voortplanting en lactatie
Negatieve invloeden van varkensinsuline op de fetus of op zogende pups zijn niet bekend.
Insuline
CANINSULIN (Intervet)
insuline: 40 IE/ml
suspensie voor injectie sc, im
Posologie:
Ca (1 x pd): - aanvangsdosis: 1 IE/kg + : (< 10 kg LG): 1 IE : (+/- 10 kg LG): 2 IE : (12 - 20 kg LG): 3 IE : (> 20 kg LG): 4 IE: - onderhoudsdosis: te bepalen volgens glucoseplasmaspiegel Fe (2 x pd met 12 h interval): - aanvangsdosis: 0,25 - 0,5 IE/kg naargelang bloedglucoseconcentratie - onderhoudsdosis: te bepalen volgens glucoseplasmaspiegel