subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link
subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link
subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link
subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link
subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link
subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link
subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link
Site en français
Goed om te weten

> België is sinds 15 februari officieel vrij verklaard van blauwtong (17 februari 2012)
België is sinds 15 februari officieel vrij verklaard van blauwtong. Dat heeft minister van Landbouw Sabine Laruelle bevestigd. Dit betekent dat er in ons land de voorbije 2 jaar geen zieke of besmette dieren werden aangetroffen en er geen circulatie is geweest van het blauwtongvirus. Samen met België werden ook Nederland, Duitsland en Luxemburg blauwtongvrij verklaard. In 2007 en 2008 veroorzaakte deze ziekte zware economische verliezen in schapen-, geiten-, en runderbedrijven. Dankzij de verplichte vaccinatie in België in 2008, 2009 en 2010 werd de virale circulatie een halt toegeroepen. De Europese Commissie, het FAVV en het Dierengezondheidsfonds financierden de operatie. Nu België vrij van blauwtong is, kunnen opnieuw runderen, schapen of geiten uitgevoerd worden naar andere blauwtongvrije landen zonder dat er een vaccinatie of onderzoek moet gebeuren.

Zie ook website FAVV voor meer informatie omtrent verplaatsingen van herkauwers in het kader van het intracommunautair handelsverkeer – (procedure E504)

 

> Meten is weten #2 (24 januari 2012)
In een tweede rapport publiceert BelVetSac een overzicht van het antibioticaverbruik (diergeneesmiddelen en voormengsels) in de diergeneeskunde in België voor 2010. Tussen 2009 en 2010 werd een lichte daling van het totale antibioticaverbruik in de diergeneeskunde vastgesteld zowel in het aantal ton, als wanneer rekening gehouden wordt met de grootte van de Belgische veestapel of biomassa (resp 1.6 % en 5.6%). Deze daling is volledig te wijten aan een verminderd gebruik van antibiotische diergeneesmiddelen (5.2%). Het verbruik van de voormengsels steeg daarentegen met 16.3%. Deze trend werd reeds opgetekend in een eerste rapport van BelVetSac met cijfers over 2007-2009. Deze reductie verloopt minder snel dan in andere Europese landen. Dit benadrukt de nood aan duidelijke acties gericht naar alle betrokken partijen om het gebruik van antibiotica verder te reduceren. Hiertoe werd recent een kenniscentrum AntiMicrobial Consumption and Resistance in Animals (AMCRA) opgericht, dat in de toekomst adviezen en richtlijnen zal opstellen.

Voor meer informatie: zie BelVetSac

 

> EU lanceert haar actieplan tegen antimicrobiële resistentie
(10 januari 2012)

De Europese Commissie (EC) lanceerde naar aanleiding van de Antibiotic Awareness Day op 18 november een actieplan om het groeiend probleem van de antimicrobiële resistentie aan te pakken.
Ondanks de vele maatregelen uit het verleden die zowel op Europees als internationaal niveau genomen werden om de antimicrobiële resistentie te bestrijden, blijft de werkzaamheid van antimicrobiële middelen ernstig bedreigd. Jaarlijks sterven er in de Europese Gemeenschap (EU) 25.000 mensen ten gevolge van antibacteriële resistentie. Elk jaar zouden 4 miljoen patiënten een hospitaalinfectie oplopen ten gevolge van de toenemende resistentie. Daarenboven worden de uitgaven in de gezondheidszorg en het verlies aan productiviteit geschat op 1,5 miljard Euro. Ook in de diergeneeskunde is er een toename van resistentie vastgesteld bij vaak vorkomende kiemen die bv. ademhalinsstoornissen of diarree veroorzaken, met gevolgen voor de gezondheid van de dieren, productieverliezen en extra kosten voor de dierhouder. Het is onderhand duidelijk dat dit probleem een globale aanpak vereist met maatregelen die zowel voor de geneeskunde als diergeneeskunde dienen genomen te worden.
Het actieplan wordt geïmplementeerd in nauwe samenwerking met de EU-lidstaten en overspant 7 gebieden waarin volgens de EC maatregelen genomen moeten worden:

  • verantwoord gebruik van antibiotica zowel in de geneeskunde als in de diergeneeskunde;
  • preventie van microbiële infecties en hun verspreiding;
  • ontwikkeling van nieuwe antimicrobiële middelen of behandelingsalternatieven;
  • internationale samenwerking om de verspreiding van antimicrobiële resistentie tegen te gaan
  •  monitoring van antibiotica consumptie en –resistentie in de geneeskunde en diergeneeskunde
  • aanmoedeigingen voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe antibiotica
  • bewustzijnscampagnes ter promotie van verantwoord antibioticagebruik

Bron: www.EMA.europa.eu
Action plan against the rising threats from Antimicrobia Resistance

 

> Vanaf 1 januari 2012 worden een aantal regels voor het reizen met gezelschapsdieren binnen de Europese Unie gewijzigd
(21 december 2011)


Een aantal voorwaarden voor het reizen met gezelschapsdieren naar bepaalde lidstaten van de EU vallen weg:
■Om te reizen naar Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Finland en Malta moet u geen bloedonderzoek meer voorleggen dat bewijst dat uw huisdier immuun is tegen hondsdolheid.
■Voor Zweden is ook geen behandeling tegen de worm Echinococcus multilocularis meer vereist; voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Finland en Malta wel.
■Een behandeling tegen teken is vanaf 1 januari 2012 voor geen enkele lidstaat van de Europese Unie meer vereist.


De dienst Sanitair beleid Dieren en Planten van de FOD Volksgezondheid zet de voorwaarden voor het reizen met een gezelschapsdier binnen de Europese Unie nog eens op een rijtje:
■Uw huisdier moet geïdentificeerd zijn. Sinds 3 juli 2010 wordt enkel nog de microchip als geldig identificatiemiddel aanvaard. De tatoeage geldt wel nog als ze voor 3 juli 2010 geplaatst werd en duidelijk leesbaar is. Opgelet: het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Malta aanvaarden alleen de microchip als identificatie.
■Uw huisdier moet een Europees paspoort hebben.
■Uw huisdier moet gevaccineerd zijn tegen rabiës (hondsdolheid) en dit minimaal 21 dagen voor de reis in geval van een eerste vaccinatie.
■Als u reist met vijf of meer dieren, moeten die onderworpen worden aan een klinisch onderzoek. Verder moet het paspoort aangevuld worden met een bijkomend certificaat, dat wordt uitgegeven door de Provinciale Controle Eenheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen (FAVV).
■Een behandeling tegen de worm Echinococcus multilocularis blijft ook na 1 januari 2012 noodzakelijk vóór het reizen naar Ierland, Finland, Malta of het Verenigd Koninkrijk. De behandeling moet ten vroegste 120 uur en ten laatste 24 uur vóór de geplande binnenkomst in één van die vier lidstaten gebeuren.

Bron: FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu

 

> FAVV: elektronische nieuwsbrief voor dierenartsen
(12 december 2011)

Het FAVV stuurt regelmatig een «Newsletter voor de dierenartsen» naar de dierenartsen die hierop geabonneerd zijn. Er is tevens voorzien in een «flash-editie» wanneer daartoe behoefte zou zijn. Op deze manier tracht het FAVV de dierenartsen op de hoogte te brengen van alle aangelegenheden binnen zijn bevoegdheden en die van belang kunnen zijn voor dierenartsen.

Om zich te abonneren op “Newsletter voor de dierenartsen” volstaat het zich te registreren via deze link.

Bron: FAVV

 

> Hiprabovis Pneumos®: terugroeping van loten die nog in de handel zijn (28 oktober 2011)

Als het gevolg van meldingen van shock na toediening het vaccin Hiprabovis pneumos® besliste de firma Hipra eind maart ll. om dit vaccin niet meer in de handel te brengen. Het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik van het Europees Geneesmiddelenbureau heeft na een nieuwe baten/risico beoordeling van dit vaccin opschorting van de vergunning van het in de handel brengen aanbevolen. Het FAGG vraagt de firma daarom de overblijvende loten uit de handel te nemen.

Bron: FAGG

 

> Pregsure BVD®: schrapping van de vergunning voor het in de handel brengen (28 oktober 2011)

Na het optreden van boviene neonatale pancytopenie gemeld na het gebruik van Pregsure BVD® schortte de Europese Commissie de vergunning voor het in de handel brengen van dit vaccin op. Aangezien geen gegevens voorgelegd kunnen worden om deze beslissing te herzien, heeft Pfizer Animal Health op vrijwillige basis beslist om de vergunning voor het in de handel brengen van dit vaccin in Europa te laten schrappen.

Bron: FAGG

 

>Toediening van alfa-2-agonisten uitsluitend door de dierenarts (19 oktober 2011)

De alfa-2-agonisten voor diergeneeskundig gebruik zoals xylazine, romifidine en detomidine zijn opgenomen in de categorie van hypnotica en sedativa. Deze stoffen mogen dus enkel door de dierenarts worden toegediend in toepassing van art. 12 van de wet op de uitoefening van de diergeneeskunde van 28 augustus 1991. De alfa-2-agonisten mogen niet aan de verantwoordelijke van dieren worden verschaft en mogen dus niet op een veebedrijf worden aangetroffen.

Bron: FAGG

 

> CANINSULIN voor diergeneeskundig gebruik : opnieuw beschikbaar (oktober 2011)

Het diergeneesmiddel CANINSULIN® (insuline 40 IE/ml, Intervet) is sinds kort weer beschikbaar in België. De toepassing van het “cascadesysteem” is dus niet meer noodzakelijk.

Bron: FAGG

 

> EMA publiceert haar eerste rapport over de verkoopscijfers van antimicrobiële middelen (september 2011)

Het EMA publiceerde onlangs haar eerste rapport over de verkoopscijfers van antimicrobiële middelen voor diergeneeskundig gebruik. Het rapport werd samengesteld door het European Surveillance of Veterinary Antimicrobial Consumption (ESVAC) project dat binnen het EMA gevestigd is en presenteert gestandardiseerde verkoopsgegevens over antimicrobiële middelen voor diergeneeskundig gebruik voor de periode 2005-2009 van 8 Europese landen (Denemarken, Finland, Frankrijk, Nederland, Noorwegen, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden) en 2006 – 2009 voor Zwitserland.
Tetracyclines, penicillines en sulfonamiden vormen de top drie van de meest verkochte antmicrobiële middelen uitgedrukt in ton en zijn samen goed voor 80 % van de totale antibioticaverkoop. Tussen de verschillende rapporterende landen zijn opmerkelijke verschillen in voorschrijven opgemerkt. Deze verschillen kunnen verklaard worden door verschillen in beschikbaarheid en prijs van antimicrobiële middelen, toegepaste risicobeheersmaatregelen, voorschrijfgedrag van de dierenarts, de samenstelling en grootte van de veestapel en het productiesysteem (bv. mestkalven t.o.v. vleesvee op de weide) en het voorkomen van infectieuze ziekten.
Het doel van dit rapport was op de eerste plaats om inzicht te geven op het analyseren en rapporteren van gegevens op een gestandardiseerde manier om zo verkooptrends en voorschrijfgedrag van de dierenarts in kaart te brengen. Bij het maken van een antibioticabeleid is het daarom belangrijk rekening te houden met andere gegevens en bronnen dan dit huidige rapport.
In de toekomst zullen op een geharmoniseerde manier de verkoopsgegevens van diergeneeskundige antibiotica verzameld worden uit 22 Europese landen. Hierbij zullen per molecule ook meer details verzameld worden, bv. doeldier, toedieningswijze. Uiteindelijk moeten de gegevens van deze rapporten de basis vormen van de toekomstige antibioticapolitiek en het verantwoord gebruik van antibiotica.

Bron:
- European Medicines Agency News 19/09/2011, European Medicines Agency publishes first report on sales of veterinary antimicrobial agents
- European Medicines Agency, 2011. ‘Trends in the sales of veterinary antimicrobial agents in nine European countries (2005-2009)' (EMA/238630/2011)

 

> EU summary report over antimicrobiële resistentie (03 augustus 2011)
Dit rapport* bericht over antimicrobiële resistenties in Salmonella- en Campylobacter-isolaten afkomstig van mensen, voedsel en dieren, en in indicator-Escherichia coli en -enterococci-isolaten afkomstig van dieren en voedsel die in 2009 opgetekend werden in 25 EU-lidstaten. Gegevens over resistentie in isolaten afkomstig van mensen werden voornamelijk geëvalueerd aan de hand van klinische breakpoints, terwijl de gegevens van isolaten afkomstig van dieren en voedsel geëvalueerd werden aan de hand van de gevoeligere epidemiologische cut off values. Resistentie werd frequent vastgesteld in isolaten van mensen, dieren en voedsel, alhoewel er verschillen vastgesteld worden tussen de lidstaten.
Een hoge mate van resistentie werd geregistreerd voor ampicilline, tetracyclines en sulfonamieden in Salmonella-isolaten afkomstig van mensen. Resistentie tegen de 3de generatie cefalosporines en fluoroquinolines, beide cruciale antibiotica in de humane geneeskunde, is daarentegen laag.
In Salmonella en indicator-E. coli-isolaten van gevogelte, varkens en runderen en het vlees van deze diersoorten werd frequent resistentie tegen tetracyclines, ampicilline en sulfonamieden vastgesteld, terwijl resistentie tegen 3de generatie cefalosporines laag was. Een middelmatige tot hoge mate van resistentie tegen ciprofloxacine (fluoroquinolone) werd vastgesteld bij Salmonella- en indicator-E. coli-isolaten geïsoleerd bij gevogelte en het vlees van gevogelte en bij varkens.
In Campylobacter-isolaten van humane gevallen trof men een hoge mate van resistentie aan tegen ampicilline, ciprofloxacine, nalidixinezuur en tetracyclines. Resistentie tegen erythromycine, een belangrijk antibioticum, werd zeldener vastgesteld. Een hoge mate van resistentie werd vastgesteld tegen ciprofloxacine, nalidixinezuur en tetracyclines in Campylobacter-isolaten van pluimvee en gevogeltevlees, varkens en runderen. Resistentie tegen erythromycine was kleiner. Resistenties tegen tetracyclines en erythromycine in indicator-enterococci-isolaten van dieren en voedsel werden regelmatig opgetekend.

* European Food Safety Authority and European Centre for Disease Prevention and Control; The European Union Summary Report on antimicrobial resistance in zoonotic and indicator bacteria from humans, animals and food in the European Union in 2009. EFSA Journal 2011; 9(7):2154. [321 pp] doi:10.2903/j.efsa.2011.2154. Online: www.efsa.europa.eu/efsajournal

 

> Meten is weten (02 augustus 2011)
Naar analogie met de humane geneeskunde, zijn nu ook voor ons land de verbruikscijfers van antibiotica in de diergeneeskunde beschikbaar. In het National consumption report 2007-2008-2009, geeft BelVetSac (Belgian Veterinary Surveillance of Antimicrobial Consumption) een overzicht van het verbruik van antibiotica, met inbegrip van antibiotica gebruikt in mengvoeders, rekening houdend met de dierlijke biomassaproductie. BelVetSac stelt voor de onderzochte 3 jaren een daling vast van het antibioticaverbruik met 12.8 % en dit ondanks een belangrijke toename van het gebruik van antibiotica in gemedicineerde diervoeders. Vergeleken met andere Europese landen blijft het antibioticaverbruik in de diergeneeskunde in België hoog. Met de publicatie van dit rapport hoopt BelVetSac dat er een begin gemaakt kan worden om op een grondige wijze het antibioticaverbuik in de diergeneeskunde in België verder te verlagen en dringt ze aan op verdere monitoring van het antibioticaverbruik en de opvolging van antimicrobiële resistentie.

Voor meer informatie: zie BelVetSac

 

> De vaccins Colombovac® PMV en Colombovac ® PMV/Pox tijdelijk uit de handel (06 juli 2011)
Ten gevolge van het in vraag stellen van de correctheid van de geldigheidsduur van de vaccins Colombovac ® PMV en Colombovac ® PMV/Pox (Pfizer), worden deze op vraag van het FAGG tijdelijk uit de handel genomen. Een recall tot op het niveau van de dierenarts wordt niet als noodzakelijk geacht. Dierenartsen zouden op eigen verantwoordelijkheid deze vaccins die ze nog in stock hebben kunnen toedienen. Het is echter belangrijk om eventuele bijwerkingen en in het bijzonder indien er een vermoeden is van verminderde werkzaamheid te melden bij adversedrugreactions.vet@fagg.be.

Bron: DDL Pfizer dd. 30 juni 2011

 

> ABcheck meet het antibioticumgebruik op het bedrijf (06 juli 2011)
De Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Gent lanceert een nieuwe webapplicatie “ABcheck”. Deze AntiBiotica-check biedt veehouders, dierenartsen en andere belanghebbenden de mogelijkheid om de hoogte van het antibioticumgebruik op het landbouwbedrijf te berekenen en te vergelijken met dat van collega’s. Doel is om op basis van de gemeten gegevens adviezen te kunnen geven over een rationeel en verminderd antibioticumgebruik op het bedrijf. Daarnaast is uitgebreide achtergrondinformatie beschikbaar over het gebruik van antibiotica en antibioticaresistentie bij dieren. De ABcheck-website is te vinden via: www.abcheck.ugent.be.

Bron: Persbericht UGent, Faculteit Diergeneeskunde 30 mei 2011

 

> Hiprabovis pneumos® (vaccin tegen runderpasteurellose): stopzetting van het in de handel brengen (03 mei 2011)
Hipra heeft besloten om het vaccin Hiprabovis pneumos® niet meer in de handel brengen als gevolg van meldingen van shock na vaccinatie van kalveren in België, Frankrijk en Italië. Het Belgisch Centrum voor Geneesmiddelenbewaking voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (BCGV) vraagt de dierenartsen bijzonder waakzaam te zijn bij de toediening van een vaccin tegen pasteurellose bij rundvee en alle waargenomen nevenwerkingen te melden.

Meer informatie via de rubriek News op de website van het FAGG

 

> Verplichte vaccinatie tegen Q-koorts (mei 2011)
Op bedrijven waar de aanwezigheid van Coxiella burnetii werd aangetoond bij melkgeiten of melkschapen, is de vaccinatie van alle aanwezige geiten of schapen ouder dan 3 maanden verplicht (MB 11 mei 2011/BS 13 mei 2011). Het vaccin Coxevac® wordt door het FAVV gratis ter beschikking gesteld voor deze doeldieren volgens bepaalde modaliteiten . Er is geen tegemoetkoming voor de vaccinatiekosten. De vaccinatie moet volgens de bepalingen opgenomen in de SPK van het vaccin uitgevoerd worden door een erkend dierenarts en geregistreerd in Sanitel.

Zie website FAVV persbericht Q-koorts vaccinatie en registratie (17mei2011) of zie MB 11 mei 2011 Ministerieel besluit houdende maatregelen ter bestrijding van Coxiella burnetii bij schapen en geiten en houdende wijziging van lijst II van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 mei 2005 houdende maatregelen voor de bewaking en de bescherming tegen bepaalde zoönoses en zoönoseverwekkers.

 

> PropoClear® (algemeen anestheticum voor injectie): stopzetting van het in de handel brengen (12 april 2011)
Als gevolg van tolerantieproblemen waargenomen met PropoClear®, een propofolhoudend anestheticum voor honden en katten, heeft Pfizer A.H. besloten om dit diergeneesmiddel niet langer meer in de handel te brengen.

Meer informatie via de rubriek News op de website van het FAGG

 

> Caninsulin® (insuline): tijdelijke opschorting van de productie (08 april 2011)
Vanwege een probleem van bacteriële besmetting geconstateerd tijdens het productieproces van Caninsulin®, heeft Intervet Schering-Plough A.H. besloten om de productie van dit diergeneesmiddel tijdelijk op te schorten. In opdracht van het FAGG werd uit voorzorg een aantal loten teruggeroepen tot op het niveau van de groothandelaar-verdeler (A225A01, A225A02, A226A01 en A226A02). De firma meldt dat zij nog een aantal loten waarvan de terugroeping niet werd gevraagd in voorraad heeft en dat zij er alles aan doet om de Belgische markt verder te bevoorraden (brief dd 10 mei 2011 van Intervet Schering-Plough A.H.aan de dierenartsen). Omdat er voor dit diergeneesmiddel geen alternatief diergeneesmiddel beschikbaar is met de indicatie “behandeling van insulineafhankelijke diabetes mellitus bij de hond en de kat”, mag het "cascade-systeem" toegepast worden. Bij omschakeling van Caninsulin® naar humane insulinespecialiteiten (zie www.bcfi.be) dient rekening gehouden te worden met de hogere concentraties van de humane specialiteiten (100 IE/ml) en met de verhouding amorfe/kristalijne insuline (zie brief dd 10 mei 2011 van Intervet Schering-Plough A.H.aan de dierenartsen).

Bij omschakeling van Caninsulin® naar humane insulinespecialiteiten (voor deze insulinespecialiteiten zie: www.bcfi.be/ Insulines met intermediaire werkingsduur) dient rekening gehouden te worden met de hogere concentraties van de humane specialiteiten (100 IE/ml). De dosis dient steeds uitgerekend te worden in Internationele Eenheden en moet toegediend worden in de overeenstemmende gegradueerde spuiten van 100 IE/ml.

Meer informatie via de rubriek News op de website van het FAGG

Honden overschakelen naar een andere insuline-specialiteit:
1) stop de huidige insuline
2) start met de nieuwe insuline aan een dosis die 75% bedraagt van de vorige insulinedosis (de meeste honden hebben 2x per dag insuline nodig).
Voor niet gestabiliseerde honden:
1) stop de de huidige insuline en bepaal het lichaamsgewicht van de hond (corrigeren naar het ideale LG bij overgewicht),
2) stel een startdosis in op basis van 0,5 IU/kg LG, dien deze dosis 1 x of 2 x per dag toe met of onmiddellijk na de maaltijd (de meeste honden hebben 2x per dag insuline nodig).
Controleer de hond 3-7 dagen na de start met de andere insuline (klinisch onderzoek en bloedglucosecurve) en pas indien nodig de dosis aan.
(Informatiefolder Transitioning Hond, Intervet Schering Plough A.H. in samenwerking met Prof. S. Daminet UGent - 2011)

Katten overschakelen naar een andere insuline-specialiteit:
1) stop de huidige insuline,
2) start met de nieuwe insuline van 1 tot 2 UI/dier per dag (geen uitwasperiode nodig).
Controleer de kat 1 week na de start met de nieuwe insuline (klinisch onderzoek en bloedglucosecurve) en pas indien nodig de dosis aan.
(Informatiefolder Transitioning Kat, Intervet Schering Plough A.H. in samenwerking met Prof. S. Daminet UGent – 2011)

Meer informatie via de rubriek News op de website van het FAGG

 

 

 

© BCFI-project diergeneeskunde

BCFIvet
Inhoud site | Het B.C.F.I. | Contact | Inleiding | Disclaimer
subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link
subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link
subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link
subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link
subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link
subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link
subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link